En ik huil mezelf naar de begane grond
Tranen zijn nu mijn beste vrienden. Zoetzoute bittertranen. Met een vleugje ui natuurlijk.
Antwerpen was dus een soort van afscheid. Een soort van, want voor mij was het geen afscheid. Voor Michel wel. Ik vond het een stom afscheid, een onwaardig afscheid. Eigenlijk geen afscheid maar een einde. Gewoon een einde zonder afscheid. Want je neemt niet afscheid van iemand van wie je gehouden hebt door te zeggen: "Ik heb een ander. We hebben het leuk gehad. Het ga je goed. We houden contact." Dat zijn vier waanzinnig tegenstrijdige uitspraken. Hij bedoelt natuurlijk te zeggen: "Je interesseert me niet meer. Je interesseert me niet meer. Je interesseert me niet meer. Je interesseert me niet meer."
Kan je zomaar je interesse in iemand verliezen?
Hoor mij nou. Dat is echt de domste vraag die ik mezelf ooit heb gesteld.
Ja, er bestaan domme vragen. Want er bestaan ook domme antwoorden.
Mensen zijn sociale wezens. Sociaal betekent dat ze elkaar nodig hebben om hun eigen identiteit te kunnen bepalen. Ze spiegelen zichzelf aan de identiteit van anderen om een helder beeld van hun eigen te krijgen. Maar is een identiteit dan iets dat vaststaat bij je geboorte? Of iets dat je ontwikkelt tijdens je puberteit? Of iets dat je ouders je meegeven in hun opvoeding? Ik heb niets van dat alles gehad. Geen geboorte, geen opvoeding en geen puberteit. En nu heb ik ook niemand meer om mijn identiteit aan te spiegelen. Is dat even jammer.
Ik denk dat ik maar uit mijn Toren ga vertrekken. Weg uit deze Toren. Ik moet dichter bij de grond gaan leven, of beter: op de grond, op de begane grond. Mooi woord, ‘begane’. De grond die wordt begaan. De andere etages zijn slechts etages, maar de begane grond, ja die wordt pas echt begaan. Daar wordt geleefd.
Het begin van iets anders
Zegt Michel dat ik maar een studie moet gaan volgen. Krijgen we nou! Waar is dat nou goed voor, een studie? Wat moet ik dan gaan bestuderen? Ik studeer toch al? "Je moet iets gaan doen voor je toekomst." zegt hij. Mijn toekomst, is die al begonnen dan? "Doe iets wat je interesseert." Dat doe ik. Ik doe alleen maar dingen die me interesseren. Daar heb ik geen studie voor nodig. "Het is beter dat je met een studie gaat beginnen." blijft hij zeggen.
Er is iets aan de hand. Michel, ga je dood? Michel, ga je verhuizen? Michel, ga jij studeren?
"Ik heb een ander."
Het is gezegd. Hij heeft een ander. Ik had het niet kunnen weten.
"Je bent oud genoeg om zelf wat van je leven te maken. Ik kan je niet langer gebruiken."
Ik word bij het vuilnis gezet als een kapotte koelkast. Als een defect koffiezetapparaat. Als een schoen waar de andere schoen van kwijt is. Als een pop waar een kind op uitgekeken is.
"Sorry."
Daar heb ik wat aan. "Daar koop ik geen brood voor." zou mijn moeder zeggen.
"We hebben het leuk gehad."
Nou en of. We hebben het leuk gehad. En vanaf nu zullen we het niet meer leuk hebben.
"We houden wel contact."
Ja ja. Contact. Wat is dat, contact? Dat we toegeven elkaar te herkennen als we elkaar zien? Dat we doen alsof het nooit anders is geweest?
"Het gaat je goed."
Dat is toch de grootste onzin. Hoe kan het mij nou goed gaan, nu ik gedumpt word…?
Oh mijn God, ik word gedumpt. Haha. Grandioos! Nieuwe ervaring. Misschien is dit dan echt het begin van de toekomst. Misschien moet ik dan maar echt iets gaan doen. Studeren of zoiets hips. Ik moest me maar eens naar mijn leeftijd gaan gedragen in plaats van ervan weg te lopen.
Michel, bedankt.
Ja
Ja.
Ik weet het.
Ja, ik weet het.
Ik weet het, ik weet het.
Ja…
Ja ja.
Ja ja ja…
Ik weet het.
Nee.
Ja.
Ja, ik weet het.
Het is wat.
Tussentijd
Ik heb altijd ouder willen zijn, altijd verlangd naar een leeftijd die later is dan mijn huidige. Daardoor voelde ik mij vaak jonger dan ik in werkelijkheid was.
Ik doe weinig, ik weet het. Een beetje geld verdienen met modellenwerk, de prinses in de toren uithangen in de tussentijd. Ooit ga ik wel iets doen. Ik zie mijn leven gewoon nog niet als vol, hoe kan het ook, op 19-jarige leeftijd ben je nog niet iemand. Ik lees graag, ik kijk graag naar mensen, ik denk graag na, ik verwoord graag ideeen in mijn hoofd. Dat is dus wat ik doe. Maar ondertussen word ik langzaamaan ouder en er komt straks een leeftijd dat er een lampje gaat branden, dat ik het licht zie en weet waarvoor ik leef. Nu weet ik het namelijk niet. Ik leef voor de toekomst, voor wat komen gaat.
Uien snijden doe ik nog steeds. Tijdens het uien snijden kan ik heel goed nadenken. Ik ga vragen of Michel mij uiensnijdend wil fotograferen! Ja, dat doe ik! Als iemand mij zou vragen: wie ben je en wat doe je? Dan antwoord ik:
Ik ben de Prinses in de Toren die al uiensnijdend de wereld aan zich voorbij laat gaan en wacht op het juiste moment om in te stappen. Ook de prinsen laat ik nu onbenut, ze laten me koud, wat kan een prins mij nu bieden? Hij zal alleen maar dingen van mij verwachten, eisen of afdwingen. Nee, voor mij geen prins. Misschien later, als ik eenmaal mijn Licht heb gezien. In de tussentijd vermaak ik me wel, met Michel, met mij kat, met de onbekende mensen die ik over straat zie lopen. Het kan vast geen kwaad om eens aan de zijlijn te staan en het leven alleen maar gade te slaan. En dat rijmt ook nog! Misschien moet ik dichter worden…
De val
Zwaartekracht heb ik altijd extreem grappig gevonden. Onbedoeld en onverwachts vallende mensen: daar kan ik het hartelijkst om lachen. Zwaartekracht is namelijk iets waar we allemaal mee van doen hebben, waar we niks aan kunnen veranderen en wat ook compleet objectief is. Mensen die vallen, struikelen of hun evenwicht verliezen krijgen tijdelijk een bepaalde zwakte, alsof er met ze gespeeld wordt door iets onbegrijpelijks. Zelf zijn ze verbaasd, maar een toeschouwer ook. Deze toeschouwer aanschouwt zo ook het verbaasd zijn van de ‘vallende persoon’ en dat maakt de situatie humoristisch: het gebeurt ons allemaal, het zit in een klein hoekje, en toch zijn we elke keer zo verbouwereerd als het ons overkomt.
Oude mensen die vallen is niet grappig. Want dat is logisch. Mensen die bij voorbaat gehandicapt zijn met wat dan ook (het dragen van iets bijvoorbeeld) zullen eerder het slachtoffer worden van een val, dan iemand die volledige vrijheid heeft om een val te kunnen voorkomen. Juist de onverwachtse val is humoristisch, niet de logische, voorspelbare val.
Schaamte overvalt ons zodra we ons bewust worden van omstanders die de val hebben gezien. Lachen is dan het enige wat je te doen staat. Of, in een ernstig GEVAL, even naar het ziekenhuis bellen of langs de EHBO.
Koud
Het is koud. Niet omdat de verwarming uit staat. Niet omdat het raam open staat. Niet omdat ik hoog zit. Niet omdat ik geen kleding aan heb. Niet omdat ik ziek ben. Niet omdat de airco op volle toeren draait. Niet omdat ik ijsklontjes in mijn ondergoed heb. Niet omdat ik dood ben.
Het is koud. Omdat ik koud ben. Ik ben koud van mezelf. Een koud meisje. Niets doet me iets. Jawel, ik ervaar gevoelens, maar net als wolken en regen en de zon gaan ook gevoelens weer weg. En altijd komen ze weer terug, maar belangrijk is dat ze net zo natuurlijk weg gaan als dat ze zijn gekomen. Ik kan me niet laten gaan in een emotie, want ik weet dat het emoties zijn en geen eeuwige, onontkoombare toestanden. Emoties zijn zo ontzettend overschat.
Laat ik dat niet tegen Michel zeggen. Laat ik dat eigenlijk helemaal niet zeggen. Laat ik het terugnemen…
Nee, het lukt niet.
Emoties zijn sociaal overschatte vulgaire hormoonbommetjes. Dat zijn het en niets anders. Waarom doen mensen toch zo overdreven over de momenten waarop ze weten dat ze ultrasubjectief zijn vanuit een oerinstinct gemengd met maatschappelijke psychoautomatismen? Nou? NOU?
Collectieve eenzaamheid
Collectieve eenzaamheid
Duizenden snikken
En grimmige blikken
Gehuld in duizenden
Miniscule duisternissen
Snakken naar licht
Onzichtbaar en onhoorbaar
Tegelijk en naast elkaar
Als de kleine stiltes
In een grote storm
Ik kan beter
" Wat heb ik aan smaak? Smaak is klote. Iets is gewoon goed, of niet goed, ofwel: gewoon slecht. Maar aan smaak heb ik geen…" Hij wou iets ergs zeggen, maar hier schoten scheldwoorden Michel te kort om zijn gevoel de juiste expressie te geven.
Michel had zijn foto’s van mij in Antwerpen ingestuurd voor DE fotografiewedstrijd van het jaar voor jonge, beginnende, ‘talentvolle fotografen (kunstenaars, zou je denken, typisch Michel, zou je denken). Maar Michel won niks. Helemaal niks. Niet eens een bosje bloemen. Nee, hij was een "dikke vette loser".
Michel heeft nu een dipje, dus heb ik ook een dipje, en samen dippen we nu onze ledematen in gesmolten chocolade in de hoop dat we rest van ons leven als chocolaatje zullen doorbrengen. Dip dip dip dip dipperdedip dip. Michel roept nu de hele tijd, op de meest onverwachtse momenten heel venijnig: "Oenemeloenen!" Nadat hij dan een paar keer ‘oenemeloenen’ heeft gezegd, volgt: "De mensen daar in die jury… die zijn gewoon aan het kutjepikken."
Ik kan alleen nog maar gedichten schrijven sinds Antwerpen. Dit is wat ik vandaag tijdens het ontbijt uit mijn dippende hoofd wist te poepen:
Er gaat niets boven een potje Helder Nadenken
Er gaat niets boven een potje Helder Nadenken
Heerlijke, heldere, hersendefragmentering
Geen doel
Geen prijs
Geen oordeel
Geen schade
Geen nadeel
Geen verzekering nodig
slechts de simpele leegte van een volle romige stilte volstaat
Maar net als een goed hart these days
Is een goede stilte hard to find
Bestaan, of niet bestaan
Deeltijd bestaan, of voltijd bestaan
Half vol of half leeg, maar altijd half
Zichtbaar bestaan, of uitzichtloos bestaan
Gelukkiglijk bestaan, of dodelijk bestaan
Bij de bushalte staan, of in de boeken
Keuzes kunnen kiezen:
een recht of een gevecht?
Wat er ook gebeurt
altijd blijven wachten
op wat komen gaat
want wat nog niet is geweest
is nog niet geweest
Aangenaam vreemd
Na drie enerverende dagen in Antwerpen, ben ik blij dat we straks weer terug rijden naar Nederland. Antwerpen is een fijne stad, maar ik voel me niet mezelf hier. Die hotelkamer is nu drie dagen en vier nachten mijn suggoraat-Toren geweest. En de hoteleieren willen nog steeds niet de juiste hardheid aannemen. Maar goed, ondanks het shitty ontbijt hebben we wel een paar vruchtbare fotosessie’s gehad.
Michel heeft me zondag de hele dag gefotografeerd op de grote pleinen. Ik droeg regenjassen van Belgische fashion designers en in mijn handen hield ik paraplu’s van Franse fashion designers en handtasjes van Engelse fashion designers. Het is allemaal zo mooi spul, maar toch verlang ik zo hevig naar een slobbertrui, een joggingbroek en mijn koeiensloffen! Zal er ooit een dag komen dat Michel mij daarin zal fotograferen? Zondagavond aten we in een sjiek restaurant. Naast Michel was tijdens het nagerecht een man in zwart pak aangeschoven, die heel opvallend bij elke lachbui met zijn hand even over Michel z’n schouder moest wrijven of aaien. Anne-Marie mocht hem duidelijk niet. Ik zei niks en vroeg niks, tenzij mij wat gevraagd werd. Maar dat gebeurde niet. We hadden allemaal al te veel champagne gedronken om op een vraag te komen, laat staan om over een vraag na te denken.
Maandag gewinkeld. Met een lichte kater. Dinsdag gewinkeld. Zonder kater. Dinsdagavond hebben we een shoot gedaan in een trendy nachtclub in een oude kerk, omgeven door de raamhoeren en stripclubs. (Dit is geen grapje en ik overdrijf ook niet.) De discotheek, oftewel het oude kerkgebouw, leek wel een spookslot, met overal fakkels en kaarsen, grote rode gordijnen, stenen muren en een grote stenen trap met kleine paarse en rode sfeerlichtjes in het gesteente bevestigd. Maar de mensen waren volkomen normaal en de housemuziek die de dj’s draaiden kwam ons niet onbekend voor. De dansvloer bestond uit vrolijkgekleurde lichtgevende tegels, en een windmachine zorgde voor opwaaiende rokjes en haren van de meisje die ervoor stonden te dansen. Modern en authentiek kwamen samen op deze vreemde plek. Vreemd, maar aangenaam vreemd. Ik begon Michel z’n thematiek door te krijgen. Zonder dat hij iets hoefde te zeggen, begreep ik wat ik moest doen: vrolijke jeugdigheid uitstralen tegen dit duistere, dreigende decor. Het ging perfect. Na een uur nontstop foto’s schieten borg Michel z’n camera op en hebben we met z’n drieen tot sluitingstijd onze voeten er zowat afgedanst, want de champagne was supersparkelend en de dj’s waren steengoed!
Vanavond kan ik weer pitten in mijn eigen bedje, in mijn enige echte Toren. Ik kan niet wachten tot ik weer urenlang over mijn balkon kan hangen om andere mensen doodgewone dingen te zien doen.
